Juridisch nieuws

Op deze pagina treft u het juridische en notarieel nieuws aan van het internet.
——————————————————

Rechtspraak.nl

'Nauwelijks verschil tussen kantonrechter en civiele rechter' - Thu, 17 Aug 2017

Traditioneel beeld achterhaald

De ‘normale’ civiele rechter en de kantonrechter (waar vooral kleinere, eenvoudigere zaken worden behandeld) verschillen helemaal niet zoveel van elkaar als vaak wordt gedacht. Het beeld van de kantonrechter als praktisch ingestelde en op snelheid gerichte rechter tegenover de meer formele, zorgvuldige civiele rechter, klopt niet meer. Deze conclusie trekt promovendus en kantonrechter Kim van der Kraats in haar proefschrift De (eigen)aardigheid van de kantonrechter. Zij promoveert op 1 september aan de Universiteit Utrecht op dit onderwerp. Bij civiele rechtszaken staan personen en/of bedrijven tegenover elkaar. Kantonrechters behandelen civiele zaken met een financieel belang tot 25 duizend euro. Boven dit bedrag worden zaken door de civiele rechter behandeld. Eerder lag de grens bij 5 duizend euro, maar in 2011 is deze verhoogd. De gedachte was door meer rechtszaken bij de kantonrechter onder te brengen, dat deze ook sneller zouden worden behandeld.

Beeld

Kantonrechter Kim van der Kraats, tevens teamvoorzitter handel en kanton bij de rechtbank Overijssel: 'Ook onder rechters bestaat het beeld van de ervaren kantonrechter die pragmatisch en snel tot een praktisch oordeel komt en korte uitspraken schrijft. Iemand die de wet ziet als gereedschap om tot een oplossing te komen, actief is en dicht bij partijen staat. De civiele rechter zou meer formeel, gedegen en lijdelijk zijn, met doorwrochte uitspraken als resultaat. Ik wilde weten of die verschillen er inderdaad zijn.' Om tot een antwoord te komen pluisde ze dossiers van rechtszaken door, deed literatuuronderzoek en vroeg rechters naar hun ervaringen.

Naar elkaar toegegroeid

'Het blijkt dat in de praktijk in het procesverloop en de toepassing van het procesrecht (regels over hoe een rechtszaak moet worden gevoerd, red.) veel meer overeenkomsten dan verschillen zijn tussen de kantonrechter en de civiele rechter. Er zijn wel wat verschillen maar deze zijn te klein om echt te kunnen spreken van een "kantonmethode"', stelt Van der Kraats. 'Daarbij worden veel verschillen vaak niet door de persoon van de rechter bepaald, maar vooral door de manier waarop rechtbanken zijn georganiseerd.' Zo blijkt uit het onderzoek dat kantonrechters gemiddeld meer ervaren zijn, maar dat is vooral een overblijfsel uit het verleden toen inderdaad ervaren rechters op deze plek werden neergezet. Tegenwoordig wijzen rechtbanken juist steeds vaker jongere rechters als kantonrechters aan. Ook worden zaken door de kantonrechter sneller behandeld, maar dit komt bijvoorbeeld omdat ze op een kortere termijn dan bij de civiele rechter worden ingepland.

Verbeteringen

Van der Kraats doet aanbevelingen om rechtszaken nog beter te kunnen behandelen. Bijvoorbeeld door de procedure minder formeel te maken, niet te hoge eisen aan partijen te stellen, minder met wetswijzigingen te proberen de procedure te versnellen en meer te focussen op manieren die de rechter in staat stellen goed werk te leveren. Denk aan genoeg tijd voor zittingen of tijd om een vonnis te schrijven. Rechters moeten kunnen afwijken van standaardprocedures, vindt Van der Kraats. En mensen moet vaker de mogelijkheid worden geboden om op een zitting – en niet alleen op papier – hun verhaal te komen vertellen.

Opheffen

'De civiele rechter en kantonrechter zijn naar elkaar toegegroeid. Ze lijken inmiddels zo erg op elkaar dat ik denk dat je het onderscheid kunt opheffen,' vindt Van der Kraats. Ze ziet wel dat er in de samenleving behoefte is aan een laagdrempelige, praktisch ingestelde rechter die goedkoop en efficiënt rechtspreekt bij alledaagse geschillen. 'Er zou nader onderzoek moeten worden gedaan om te kijken hoe aan die behoefte van de samenleving tegemoet kan worden gekomen. Ik constateer alleen dat er nu nauwelijks verschil meer is tussen de kantonrechter en de civiele rechter.'

Digitaal procederen: dagvaarding wordt oproepingsbericht - Thu, 17 Aug 2017

De dagvaarding, de oproep om bij de rechter te verschijnen, bestaat per ingang van 1 september bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland niet meer bij civiele vorderingszaken met een belang vanaf 25.000 euro. Vanaf die datum is het bij die 2 rechtbanken in deze zaken verplicht digitaal een rechtszaak te starten en te voeren. Bij civiele vorderingszaken vanaf 25.000 euro is het verplicht een advocaat in te schakelen. De dagvaarding wordt in deze zaken vervangen door het ‘oproepingsbericht’.

Vanaf 1 september kunnen er bij beide rechtbanken op 2 manieren civiele vorderingszaken worden gestart: volgens artikel 112 Rechtsvordering (Rv) en volgens artikel 113 Rv.

112 Rv

Procedeert de eisende partij volgens artikel 112 Rv dan stelt de advocaat een procesinleiding op via een formulier in Mijn Rechtspraak. Daarin staan de vordering, de gronden (juridische vertaling van de feiten) en overige informatie. Bij de digitale indiening wordt meteen griffierecht geheven en betaald. Op het moment dat de advocaat de procesinleiding digitaal indient, maakt het systeem automatisch een oproepingsbericht aan dat in het digitale zaakdossier wordt gezet. De advocaat van de eisende partij moet er vervolgens voor zorgen dat dit oproepingsbericht plus procesinleiding bij de verwerende partij komt. Dat kan hij zelf doen, maar hij kan ook net als vanouds met de dagvaarding, de deurwaarder het oproepingsbericht laten betekenen (de officiële kennisgeving). Als de tegenpartij besluit verweer te voeren, dan kan zijn advocaat dat digitaal aangeven. Hij krijgt hiervoor een machtigingscode waarmee hij kan inloggen in het zaakdossier. Vervolgens krijgt hij maximaal 6 weken de tijd om digitaal een verweerschrift in te dienen.

113 Rv

De eisende partij kan er ook voor kiezen om eerst de deurwaarder het oproepingsbericht te laten betekenen (artikel 113 Rv) en daarna de zaak digitaal in te dienen bij de rechtbank. In dat geval is het aan de deurwaarder om een oproepingsbericht met procesinleiding op te stellen. Om de oproepingsberichten niet te veel te laten verschillen heeft de Rechtspraak in nauw overleg met vertegenwoordigers van deurwaardersorganisatie KBvG en de Orde van Advocaten modellen ‘oproepingsbericht met procesinleiding’ vastgesteld voor de digitale civiele vorderingsprocedure volgens artikel 113 Rv en voor de verzetprocedure (artikel 113 juncto artikel 143 Rv).

Meer weten? Kijk op veel gestelde vragen over de nieuwe civiele vorderingsprocedure.

Telefoonstoring Rechtspraak - Wed, 16 Aug 2017

Algemene nummers (hoofdnummers) niet bereikbaar

De Rechtspraak heeft te maken met een telefoonstoring.Rechtbanken, gerechtshoven, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en de Centrale Raad van Beroep zijn niet bereikbaar op de algemene telefoonnummers (hoofdnummers). De nummers op deze pagina (kijk bij contactgegevens per gerecht)zijn wel bereikbaar.

Het Rechtspraak Servicecentrum is bereikbaar via 088 3616161.Door de storing kan het langer duren voordat iemand u te woord kan staan. Het RSC is ook via Twitter (@RechtspraakNL) en Facebook (Facebook.com/rechtspraak) bereikbaar.


Op de rol: 'Met 28 flessen badschuim maak je een schip schoon' - Wed, 09 Aug 2017

Verslag van een rechtszitting

‘Ik moet schoon schip maken’, had Edsel (61) tegen de politieagenten gezegd die hem onderhielden over de diefstal van 28 flessen badschuim. Griffier, rechter en officier moeten in zaal F1 van het Haagse Paleis van Justitie smakelijk lachen om de Youp-waardige beeldspraak. Edsels advocaatJoris Gravesteijn ziet de humor er ook van in. ‘Typisch Edsel’. Of Edsel op die februaridag van dit jaar opzettelijk grappig was, kan de rechtbank hem helaas niet vragen. Edsel meldde zich een paar uur voor de zitting af bij zijn advocaat. ‘Hij heeft griep. Dat is misschien wat vreemd in deze zomermaand, maar aan de andere kant: hij laat nooit verstek gaan als hij wordt opgeroepen om voor de rechter te verschijnen. Ik sta hem al 12 jaar bij. Ik had hem er graag bij gehad vandaag. Hij is kleurrijk en innemend. U had kunnen zien dat hij geen slechte inborst heeft’, aldus raadsman Gravesteijn.

‘Bij ons heerst ook griep. Ik heb gisteren de toezichthouder van mijnheer gesproken en die verwachtte ook dat hij zou komen. Voor wat het waard is: ik geloof zomaar dat hij griep heeft, maar spijtig is het wel’, verdedigt officier van justitie Ruth van der Graaff Edsel. Zij verdenkt hem er wel van dat hij op 10 september 2016 bij de Etos aan de Dierenselaan in Den Haag 28 flessen Dove, Sanex en Nivea badschuim heeft gestolen. Door de diefstal bij de Etos zou Edsel ook een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf (ook voor winkeldiefstal) van 6 dagen moeten uitzitten. Hoe de diefstal bij de Etos in zijn werk ging, vertelt politierechter Daniël Biever aan de hand van het dossier. ‘De manager van de Etos merkt zaterdagmiddag dat er wel heel veel flessen badschuim uit het schap waren verdwenen. Hij bekijkt de camerabeelden van die dag en ziet daarop dat een donkere man met een petje op flessen badschuim onder zijn jas verstopt. Hij verlaat de winkel en komt een paar minuten terug om nog meer flessen onder zijn jas mee te nemen.’

Vakantie

De Etos-manager herkent Edsel van een eerdere winkeldiefstal. Ook de politieagenten die de videobeelden bekijken, herkennen hem. Als ze Edsel in februari van dit jaar over de Etos ondervragen, kan hij zich de badschuimflessendiefstal in de Dierenselaan eerst niet herinneren. Maar als de agenten hem de stilstaande beelden van de video-opnames laten zien, weet hij het weer. ‘Dat ben ik’, zegt hij als hij de man met het petje ziet. 28 flessen doucheschuim, wat moest hij daar in hemelsnaam mee? Uit het politieverslag: ‘Ik zeg het u eerlijk. Ze waren voor eigen gebruik. Ik heb er een paar meegenomen op vakantie en ik heb een paar flessen aan mijn dochter gegeven. Ik wil de schade vergoeden. Het is dom; ik moet ophouden. Ik moet schoon schip maken.’

Zwakbegaafd

Edsel heeft een fiks strafblad van 48 pagina’s. ‘Heel veel winkeldiefstallen, waarvoor mijnheer ook heel veel heeft vastgezeten’, aldus de politierechter. De reclassering schrijft in haar voortgangsverslag dat Edsel een redelijk stabiel leven leidt; hij heeft een woning, hij is van de harddrugs af en uit de schuldsanering en heeft een dagbesteding. En toch telkens weer op het dievenpad. Heeft de raadsman een idee waar dat vandaan komt, wil de politierechter weten. ‘Om onverklaarbare redenen was het in 2015 veel rustiger en is Edsel vorig jaar weer een paar keer opgepakt. In 2017 staat niets open. Hij lijdt aan AHDH en is zwakbegaafd. Iedere straf heeft een heel korte werking. Het zakt weg. Ik denk dat hij begin dit jaar een beetje het licht zag. Hij heeft toen ongenadig op zijn donder gekregen van de reclassering. Edsel reageert daar wel op. Hij is erg bang voor een ISD-maatregel (plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor maximaal 2 jaar, red.) die op de loer ligt.’

Verhuizen

Edsel heeft de diefstal bekend, maar van zijn verhaal dat die 28 flessen badschuim allemaal voor eigen gebruik waren, gelooft officier van justitie Ruth van der Graaff niets. ‘Met 28 flessen badschuim kun je echt een schip schoonmaken. Van de reclassering heb ik begrepen dat mijnheer op zijn 65ste naar Curaçao wil verhuizen. Zijn familie bouwt daar nu een huis. Hij zou stelen voor een extra zakcentje.’ Edsel heeft geen slechte inborst, hij maakt gewoon de verkeerde keuzes, aldus de officier. ‘Mijnheer raakt zijn impulsiviteit maar niet kwijt.’ Welke straf moet je iemand dan geven? De officier: ‘Als mijnheer lang de gevangenis in moet, dan wordt zijn uitkering gestopt. De kans is groot dat hij zijn huis kwijtraakt. Dan komen we nog veel verder in de problemen. Ik strijk mijn hand over mijn hart en wil mijnheer een kans geven.’ Edsel verdient voor de badschuimflessendiefstal 1 dag cel en een werkstraf van 40 uur. En hij moet 6 dagen de gevangenis in omdat hij zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden van een eerder opgelegde voorwaardelijke celstraf. ‘Ik hoop dat deze straf indruk maakt.’

Genuanceerd

Edsel steelt niet om het nieuwe huis op Curaçao te financieren, verzekert advocaat Joris Gravesteijn de rechtbank. ‘De familie bekommert zich om het huis.’ Verder is de raadsman tevreden over de strafeis. ‘1 dag voor de winkeldiefstal en 6 dagen van die oude gevangenisstraf geven Edsel een reality check. Ik waardeer het zeer dat de officier zo genuanceerd heeft geëist. Die werkstraf is een goed idee. Hij heeft er lol in, hij heeft wat te doen, het houdt hem van de straat en uit de winkels.’ Politierechter Daniël Biever verstoort de eensgezindheid niet en neemt de strafeis over. ‘Laten we hopen dat mijnheer zich realiseert dat een ISD-maatregel eraan dreigt te komen als hij doorgaat met het plegen van winkeldiefstallen.’

Per 1 september volgende fase digitaal procederen - Thu, 03 Aug 2017

1 september nadert met rasse schreden. Bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland wordt het dan verplicht digitaal te procederen in civiele handelsvorderingen met een belang vanaf 25.000 euro.

Advocaten in deze arrondissementen kunnen dan uitsluitend nog digitaal een zaak starten en voeren; alles rondom de mondelinge rechtszaak verloopt dan digitaal. Bij de andere 9 rechtbanken in Nederland is dit waarschijnlijk vanaf voorjaar 2018 het geval. Definitieve besluiten moeten hierover nog worden genomen.

Het is de 2de zaakstroom waarvoor dan geldt dat digitaal procederen verplicht is. In asiel- en bewaringszaken is dat sinds juni het geval. Inmiddels is de teller bij dit soort zaken de 10.000 gepasseerd.

Meer informatie

In het moderniseringsprogramma Kwaliteit en Innovatie werkt de Rechtspraak gefaseerd aan het digitaliseren van procedures. Voor professionals wordt het verplicht digitaal te procederen; voor particulieren blijft de mogelijkheid bestaan het op papier te doen.

Op rechtspraak.nl is een webinar terug te kijken over digitaal procederen in civiele handelsvorderingszaken.

Voor eventuele hulp is het Rechtspraak Servicecentrum beschikbaar.

Zie ook: modernisering civiel recht

Wegenverkeerswet wordt aangepast: andere invulling van 'roekeloosheid' - Mon, 24 Jul 2017

Onderzoek: strafoplegging bij verkeersdelicten is adequaat

De Wegenverkeerswet wordt aangepast. De term ‘roekeloosheid’, die in juridische zin iets anders betekent dan in het alledaagse spraakgebruik, zorgt in de praktijk voor te veel verwarring. De wetswijziging kondigt de minister van Veiligheid en Justitie aannaar aanleiding van het vandaag (donderdag 20 juli 2017) verschenen onderzoek Straftoemeting ernstige verkeersdelicten (rijksoverheid.nl). Uit dit onderzoek blijkt dat over het geheel genomen de strafoplegging ‘adequaat’ is: naarmate de ernst van de verkeersfout en het letsel toenemen, wordt de straf die rechters opleggen hoger.

De bestraffing van verkeersdelicten zorgt al een tijd voor maatschappelijke onrust. Opgelegde straffen worden vaak niet begrepen. Verkeersstrafrecht is heel ingewikkeld, omdat er veel verschillende zaken zijn. Een kleine onoplettendheid in het verkeer kan verschrikkelijke gevolgen hebben, terwijl een grove verkeersfout zonder slachtoffers kan aflopen. Het is de taak van de rechter om steeds te kijken of iemand het gedaan heeft en zo ja, in hoeverre dat hem te verwijten is (zie ook: Vragen en antwoorden over roekeloos rijgedrag). De minister van Veiligheid en Justitie zegde vorig jaar de Tweede Kamer toe opdracht te geven tot dit onderzoek.

​Dilemma’s

Michiel de Ridder, voorzitter van het landelijk overleg van strafrechters, is blij dat het onderzoek er is. ‘Wij zien natuurlijk ook dat er over dit onderwerp wordt gesproken. Rechters werktenook aan het onderzoek mee. We hebben al eerder aangegeven dat werken met de Wegenverkeerswet dilemma’s oplevert. Ik ben ook blij te zien dat de straftoemeting over het algemeen genomen goed is: naarmate de verwijtbaarheid groter is, wordt de straf ook hoger. Het beeld dat daders met veel schuld er met een lichte straf afkomen, blijkt niet uit dit onderzoek.’

​Roekeloosheid

Een belangrijke rol in de maatschappelijke discussie speelt de term ‘roekeloosheid’. De wetgever wilde hiermee bepaalde verkeersdelicten extra zwaar bestraffen. In de praktijk kunnen rechters hiermee niet goed uit de voeten, omdat in de wet ook al staat dat voor bepaalde overtredingen (zoals onder invloed van alcohol of te hard rijden, bumperkleven) al strafverhoging geldt. De Hoge Raad, de hoogste rechter, heeft daarom bepaald dat om iemand voor roekeloos rijden te kunnen veroordelen, er nog iets extra’s aan de hand moet zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een straatrace, kat-en-muisspellen of koste wat het kost vluchten voor de politie. Hier is maar heel soms sprake van (zie ook uitleg van de Hoge Raad: Roekeloosheid in het verkeer). De minister van Veiligheid en Justitie schrijft dat hier sprake is van een ‘juridisch knelpunt’.

​Adequate straffen

De onderzoekers concluderen dus dat over het algemeen het niveau van straftoemeting adequaat is. Kritiek is er wel op de straffen bij een aantal specifieke delicten (rijden onder invloed, doorrijden na een ongeval en rijden tijdens een rijontzegging). Dit komt doordat de maximumstraffen in de wetten te laag zijn, aldus geïnterviewde experts. Rechters zijn bij het opleggen van straffen aan deze maxima gebonden. De minister kondigt aan ook wat dit betreft de Verkeerswet aan te gaan passen, zoals de experts adviseren. De Raad voor de rechtspraak zal te zijner tijd advies uitbrengen over de wetsvoorstellen van de minister.

​Oriëntatiepunten

Michiel de Ridder: ‘De strafrechters gaan het rapport uiteraard nauwgezet bestuderen en de aanbevelingen tegen het licht houden, zover die gaan over het werk van de rechter. Overigens evalueren wij met enige regelmaat onze zogenoemde oriëntatiepunten. Daaruit kunnen rechters aflezen wat er gemiddeld voor min of meer vergelijkbare delicten voor straffen worden gegeven. Die oriëntatiepunten zijn in november 2016 nog gewijzigd: de voorheen voor roekeloosheid gehanteerde straffen, worden nu gehanteerd voor de zeer-hoge-mate-van-schuld-gevallen.’

Zie ook: Roekeloos rijden & de wet (pagina 26-27) in magazine Rechtspraak, mei 2017

——————————————————

Recht.nl

Bevoegdheidsverdeling tussen de burgerlijke rechter en de belastingrechter - Fri, 18 Aug 2017
Het staat niet ter vrije bepaling van partijen of de belastingrechter of de burgerlijke rechter van een geschil kennis zal nemen. Alleen de belastingrechter is bevoegd om over de juistheid van opgelegde aanslagen te oordelen. De belastingrechter kan in dat kader mede nagaan of een daaraan ten...

Dossier beleggingsverzekeringen: rechters en Kifid varen andere koers - Thu, 17 Aug 2017
Dit jaar hebben de rechtbank, het gerechtshof én de Commissie van Beroep van het Kifid uitspraken gepubliceerd over beleggingsverzekeringen. Opvallend bij het lezen van deze uitspraken is dat er niet één duidelijke lijn uit op valt te maken. Reden genoeg om opnieuw de balans op te maken en een kort ...

Gedoogplicht versus Wegenverordening - Thu, 17 Aug 2017
Aan de Provincie Noord-Holland was een gedoogplicht opgelegd voor een hoogspanningsverbinding op grond van de Belemmeringenwet privaatrecht (BP). In een noot over een uitspraak over deze kwestie gaan de auteurs in op het systeem van de Wegenverordening, de gedoogplicht op grond van de BP, de...

Advocate-General ECJ submits opinion supporting online sales restrictions - Thu, 17 Aug 2017
The Advocate-General (AG) at the European Court of Justice (ECJ) submitted an opinion stating that luxury brand suppliers should have the right to choose who sells their products and how their products are sold in order to protect their image and exclusivity. A company can prohibit its retailers...

Vergewisplicht subsidieverstrekker bij tendersubsidies geen sinecure! - Thu, 17 Aug 2017
Bij tendersubsidies worden aanvragen onderling met elkaar vergeleken. Vaak besteedt de subsidieverstrekker de beoordeling van de aanvragen uit aan een adviescommissie. De subsidieverstrekker blijft echter verantwoordelijk voor de deugdelijkheid van de adviezen van een ingeschakelde commissie. Een...

Wensenlijst orde van advocaten voor nieuwe Faillissementswet - Thu, 17 Aug 2017
Een hardheidsclausule, de mogelijkheid voor een even aantal leden van de schuldeiserscommissie en het afschaffen van de verplichting tot boedelbeschrijving. Dat zijn drie belangrijke punten op het wensenlijstje van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) inzake het wetsvoorstel ter modernisering...

——————————————————

Jurofoon.nl

——————————————————